Lieve Racisten

Wat dat betreft, waren het a-typische nazi’s.

By Michiel

Hoe het zit met de familie van mijn vaders kant weet ik niet. De familie van mijn moeders kant bleek in ieder geval eind jaren dertig en gedurende de tweede wereldoorlog zeer bereid bij te dragen aan de verwezenlijking van het Derde Rijk. Ze hebben het allen overleefd: 2 ss’ers, 1 fotograaf aan het oostfront (mijn opa), lieden die de bezetter hebben geassisteerd (oa mijn oma, zuster der ss’ers).

Gruwelijkheden vastleggen aan het oostfront, een interneringskamp vol revanchistische Nederlandse kampbewaarders die je met een spade op je kop slaan, dan wel het onteigenen door de staat van al je bezittingen, zoals je fotozaak, weerhielden mijn opa er niet van de waanzin die het leven is voort te zetten. Een van de kwalijke gevolgen hiervan is dat ik dit nu zit op te tikken.

A-typische nazi’s

Je zou het misschien niet denken, maar mijn opa en oma -vooral mijn oma- behoren tot de liefste mensen die ik ooit heb gekend. Ik durf te beweren dat mijn oma, hoewel ze Nederlands Hervormd was, nog steeds eens heilig verklaard kan worden door Rome. Nooit heb ik ze over het uitroeien van het Joodse Volk gehoord. Ze droegen geen uniform. Ze schreeuwden niet de hele tijd bij het communiceren. Ze bezaten geen gestolen kunst. Ze waren geen 1-dimensionale sadisten die elkaar met Heil Hitler groetten, schnaps dronken en Erika zongen. Wat dat betreft, waren het a-typische nazi’s.

foto
Het was best gezellig bij opa en oma

Opa zei ooit dat hij naar het oostfront was gegaan omdat de Duitsers tegen de communisten vochten en hij voor alles een anti-communist was. De man heeft na de oorlog en het interneringskamp alleen de binnenkant van mijnschachten gezien. Als er iemand tot de te verheffen arbeidersklasse behoorde, was hij het wel. Het enige socialisme dat hem echter ooit had aangesproken, was nationaal socialisme.

Wanneer mijn vader weer eens van leer trok tegen mij om het een of ander -bijvoorbeeld omdat ik per ongeluk op mijn bril was gaan zitten en deze helemaal verbogen was en ik na lang twijfelen tussen opties de moed had verzameld het papa te gaan vertellen- kon ik erop rekenen dat opa hem tot de orde riep. Mijn vader had voor weinig gezag respect, maar naar opa luisterde hij. Opa kwam altijd voor mij op en dat zou ik nooit vergeten, wist ik.

Soms ging het mis

Wanneer je van iemand houdt, omdat je ze alleen als lief mens kent en kind aan huis bent en niet zou weten hoe het leven nog leuk zou kunnen zijn zonder hen, til je niet zo zwaar aan de volgende uitspraken, die je heus wel hoort. Die neem je op de koop toe:

  • “Ik kijk niet als die zwarte loeders spelen”
  • “Het zijn net apen zoals ze daar tekeer gaan”
  • “Frits Bolkenstijn heeft gelijk met die buitenlanders”
  • “Hitler was mijn vriend!”
  • “Ik heb deze ochtend de Telegraaf niet ontvangen”
  • “Nee! Niet Mient!..Michiel! Ik wil die naam hier niet horen!”

Dat laatste zit zo: ik kon als kind mijn naam niet uitspreken en noemde mezelf Mient. Er bleek een knakker Mient Jan Faber te heten en daar had opa een pesthekel aan.

Verschillige barmhartigheid

Tegenwoordig werk ik in de ouderenzorg als verzorgende. Zoals je je bij nazi’s allemaal kwaadaardige schreeuwlelijken voorstelt die grijnzend een herdershond op een uitgehongerd Pools meisje van zes loslaten om de reactie van haar moeder te zien, verwacht je bij zorgmedewerkers uiterst begripvolle en invoelende types die zichzelf altijd wegcijferen ten behoeve van andermans geluk en welzijn en zich kunnen verplaatsen in de leefwereld van de achtergestelde, kwetsbare en soms wanhopige mens. Dat valt tegen.

Wanneer het om zorgbehoevenden gaat, rent de zorgmedewerker zich de benen onder het lijf vandaan. Er is begrip en mededogen bij zaken als afhankelijkheid, eenzaamheid, trauma, onzelfstandigheid. Zolang het maar over zorgvragers gaat. Af en toe komt het voor dat iemand op de teampost een thema aansnijdt zoals krapte of de woningmarkt of asielinstroom. Op dat moment lijkt er een toverspreuk te worden uitgesproken die niet sommigen maar, naar mijn aanvankelijke verbazing, de meesten ineens behoorlijk afgunstig, onbarmhartig en rancuneus maakt.

Oekraïners op de duurste fatbikes

Wanneer ik dingen zeg als: “Ik las in de krant dat wanneer er geen woningen zouden worden toegewezen aan statushouders ed, dit een verlichting van circa 5% zou geven op de woningmarkt. Verwacht je dat je veel merkt van een verlichting van 5%? Is 5% niet wat weinig om aan te wijzen als hoofdveroorzaker van een ervaren probleem? Ik denk dat we door slecht te stemmen jarenlang enorm slecht bestuurd zijn en dat nog zwakkeren dan wij nu de schuld krijgen om de aandacht af te leiden van de werkelijke veroorzakers, die gewoon lekker carrière willen blijven maken ten koste van jouw welvaart, ten koste van de toekomst van jouw kinderen, onder andere door vermogen onbereikbaar te maken, beslissingen die nodig zijn uitstellen en op de pof leven bij te welvarende kapitaalbezitters en daarvan een schoothondje zijn, waar ze dan zelf veilige posities voor hen en de hunnen voor terugkrijgen.”

Wanneer ik dus zoiets zeg, waarbij ik verwacht dat ik een redelijk, zij het ietwat Marxistisch, argument aanvoerde, krijg ik reacties terug als: “Jij probeert weer alles goed te praten.” Of: “Als ik zie dat van die Oekraïeners op de duurste fatbikes rondrijden, dan denk ik, waar zijn we mee bezig? Dus dat wat jij zegt daar komt wel wat meer bij kijken. Zo makkelijk is het allemaal niet”

Je weet op dat moment dat je het op moet geven. Soms probeert mijn hond met een kat uit de buurt te spelen. Hoewel ze het allebei proberen, mislukt het steeds en vervolgt ieder dier daarna gelaten zijn weg.

Geen valse dieren, alleen valse baasjes

Het mooie en verwerpelijke aan de mens is dat ze vaak totaal inconsequent en onlogisch leeft, maar het bewonderenswaardige vermogen heeft dit zelf in alle ernst en oprechtheid anders te ervaren. Hier reken ik mijzelf niet buiten. Ook ik zie mijzelf nog steeds als mens. Of ik een lief mens ben, betwijfel ik. Zoals mijn opa en oma zich voor een kar lieten spannen en meenden zelf te denken, zo ook andere lieve mensen. Mensen die werkelijk in een weide wereld leven maar mentaal en/of digitaal in een kooi. Ze worden geprikt met een stok, terwijl de kooien ongemerkt kleiner worden, hun voer slechter wordt en hun kinderen uitzicht hebben op minder dan dat.

Circenses non panem

Aan de stok is een beeltenis geplakt, van een communist, een statushouder, iemand die je onderbewust als mindere waarneemt, maar het beter lijkt te hebben, of wat jij hebt lijkt te willen afpakken/bedreigt. De stok is lang genoeg en de beeltenis realistisch genoeg om af te leiden van wie de stok vasthoudt. Het wezen in de kooi hapt, gromt en blaft. Terwijl je niet oplet, krimpt je welvaart, je welzijn en je wereld. Die van een enkeling wordt exhorbitant groter. De enkeling laat je zijn winst schaamteloos zien. Dat is niet erg. Deze Machiavellistische psychopaat staat eigenlijk aan jouw kant. Hij zegt je te gaan helpen. Net als in opa en oma’s tijd, gaan op een gegeven moment de hokken open. Dan mogen de lieve mensen elkaar weer te lijf gaan.